Hier klinken Deva haar muziek en haar woorden,
stromen van dezelfde bron.
Laat het je herinneren:
ook in jou leeft scheppende kracht.
Muziek en poëzie — fluisteringen uit dezelfde stroom.
Ze ademen hier, naast haar beelden.

Hier klinken enkele liederen, door Deva geschreven en gezongen —
klanken die zich hebben gevlochten tot beeld en beweging,
en nu verder leven in een ander ritme.
Op de meditatie-app Insight Timer vind je talloze mantra’s en begeleide meditaties van Deva —
geschreven en gezongen in eenvoud en toewijding.
Misschien niet altijd in perfecte vorm,
maar gedragen door een stem die velen raakt.

Deva haar POËZIE
Jouw pijn is mijn
Dit is wat zij hem vroeg: Hoe hongerig hij was. Of hij gevoel van zwakte droeg.
Bijna onthulde hij zijn verlangen haar marcherende stappen op zijn slagveld te vangen.
Zwanger van belofte, testend haar kracht. Wat doch rap verstofte.
“Kijk, hier is het raam en de zon, het is goud, rijk! Hoewel de lucht, grijs van blaam”
Vol van vredige angst klonk haar stem, niet onzeker. Maar voor herhaling het bangst.
Omhuld door haar gele lokken, verstrikt in zijn witte haar trilde hij bijna onverschrokken.
En hij wilde meer dan hij ooit zeggen kon. Een risico van nooit weer
Hij wendde zich af. Zou niet meer naar haar kijken. Hoe een straf
“Ik wil leven als een eerlijk man. Om alles te krijgen wat ik verdien. En alles te geven wat ik kan”
Zij schuifelde toen hij nog zei: “jou wegen zijn heel vreemd”. Sprak zich daarmee vrij.
En haar kroon die viel. En ze dacht dat ze zou breken. Een diepe kras op haar ziel.
Ze nam hem mee naar het plein. Vroeg hem daar te wachten. Ze zou maar even weg zijn.
In de verte hoorde hij haar voetstappen in het zand. En een laatste vonk sprong daar.
Werd gedood, nog immer wachtend op haar woord. Het witte haar nu grimmer.
Vermoeid schuifelde hij terug naar zijn gekozen eenzaamheid. Last intens zwaar, gekromde rug
Wachtend op de ijdele strijd, in zaken van gevoel, wenste hij betonnen voetstappen in de tijd
Vol van verborgen kracht een spiegel om in te kijken
Want zijn kern. Die was zacht.

Thuis maar nooit geweest
In jouw kooi vlieg ik vrij. Gebeiteld in zijn paradijs. Met uitgestoken taal. Als uitgehongerd dier.
En zonder teder woord vlieg ik onbeteugeld af op grauwe melodie. In dynamiek van harde feiten.
Heilig vuur overboord. Vermoedens van om het even. Kruipen snoevend in mijn kraag.
Bij elke rede die nog komt onder het mom van elke som, in dit niemandsland geen heiligdom.
Benauwenis rafelt door de nacht. Straffe harte-knoop draait om, gierig in zijn dankbaarheid.
Tranen van het gif als diamanten in zijn lijf. Rafelend langs randen van weleer langs vaag ongrijpbaar vuur.
En tegen beter weten in, vlieg ik tegen harde muren. Voor elke zin die ik ontbeer naar troost en herbegin
Door elke kans die werd verpatst naar waar ik thuis kom maar nooit ben
Langs benauwenis van aangeboren schaamte leef en laat ik leven. Vlieg ik terug naar wat ik ken

Vonk
Hier sta ik. Voor jou .Naakt. Bloot.
Onder je starend oog. Dat alziend raakt. Ik kan me niet verbergen.
De waarheid. Legt blote handen open.
Laat ze niet liggen. Pak ze op en kijk me aan.
Zie de tijd te gaan, te hopen. Wordt toch wakker
Neem mijn hele huid. Dans me naar een ster. Trek me aan
Houdt me stevig los. Vooruit, ik ben de bruid
Verleid, beweeg, draai. Tol me rond
Want wie niet dansen kan
Blijft
Naakt